ECLI:NL:RBDHA:2025:8968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden toegepast, ondanks door eiser aangevoerde tekortkomingen in de opvangvoorzieningen. Eiser stelde dat er sprake is van fundamentele systeemfouten en schending van artikel 3 EVRM Pro, onderbouwd met rapporten en jurisprudentie.
De rechtbank volgt de minister en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het oordeel dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval van toepassing blijft. De tekortkomingen in de Belgische opvang zijn niet van dien aard dat zij de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Eiser heeft onvoldoende nieuwe feiten aangevoerd en heeft nagelaten klachten in België in te dienen.
De rechtbank wijst het beroep af, handhaaft het besluit van de minister en bepaalt dat eiser mag worden overgedragen aan België. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan België blijft gehandhaafd.