Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:9029

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
C/09/682944 / FT RK 25/364 en C/09/682945 / FT RK 25/365
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord in schuldenregeling

De heer heeft een problematische schuldenlast van €25.481,74 opgebouwd bij 26 schuldeisers. Hij deed een voorstel aan zijn schuldeisers om 13,56% ineens te betalen en de rest kwijt te schelden, maar vier schuldeisers, waaronder ANWB en Total, stemden niet in met dit voorstel. De heer verzocht de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen zodat deze schuldeisers gedwongen worden mee te werken.

De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling door de gemeente Den Haag deskundig en onafhankelijk was uitgevoerd en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. Een belangenafweging wees uit dat het onredelijk was dat de vier schuldeisers weigerden in te stemmen, zeker omdat de meerderheid van de schuldeisers (ruim 97%) het akkoord wel accepteerde en het voorstel het maximaal haalbare was gezien de arbeidsongeschiktheid van de heer.

De tegenargumenten van de schuldeisers over het niet te goeder trouw ontstaan van de schulden werden erkend, maar niet doorslaggevend geacht omdat de schulden ouder dan drie jaar zijn en het belang van een schuldenvrije start zwaarder woog. Het verzoek tot toelating tot de WSNP werd afgewezen omdat het dwangakkoord werd toegewezen.

De rechtbank beval de schuldeisers tot instemming met het akkoord en wees het WSNP-verzoek af. De beslissing is openbaar en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt de schuldeisers mee te werken aan de schuldregeling, terwijl het WSNP-verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: C/09/682944 / FT RK 25/364 en C/09/682945 / FT RK 25/365
vonnis van 19 mei 2025
in de zaak van
[naam 1],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [naam 1] ,
tegen

1.ANWB,

gevestigd te Den Haag,
vertegenwoordigd door Trust Krediet Beheer B.V.
gevestigd te Amsterdam
,
2.Total Tankstation,
gevestigd te Den Haag,
vertegenwoordigd door LAVG Noord,
gevestigd te Groningen,

3. [bedrijf] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door LAVG Noord,
Gevestigd te Groningen

4. Esso Den Haag,

gevestigd te Den Haag,
vertegenwoordigd door LAVG Noord,
verweersters,
Verweersters zullen gezamenlijk worden aangeduid als verweersters en afzonderlijk van elkaar als ANWB, Total, [bedrijf] en Esso Den Haag,
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [naam 1] , de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
De heer [naam 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 25.481,74 aan 26 schuldeisers. Het is de heer [naam 1] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 7 januari 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 13,56 %, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
Er zijn vier schuldeisers die niet akkoord zijn gegaan met het voorstel, waaronder ANWB, Total, [bedrijf] en Esso Den Haag. Zij hebben een totale schuld van € 685,74. Dat is 2,69 % van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 22 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van de heer [naam 1] zijn behandeld op de zitting van 19 mei 2025. Op deze zitting verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- [naam 2] , beschermingsbewindvoerder
- [naam 3] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag.
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.
2.3.
LAVG Noord heeft, namens Total, [bedrijf] en Esso Den Haag, op 15 mei 2025 een verweerschrift ingediend.

3.Standpunten van partijen

3.1.
De heer [naam 1] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet hebben aanvaard. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
ANWB heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.
3.3.
Total, [bedrijf] en Esso Den Haag stemmen niet in om onder meer de volgende redenen. De schulden zijn niet te goede trouw ontstaan. De heer [naam 1] heeft getankt zonder hiervoor te betalen. Door deze schulden komt de heer [naam 1] niet in aanmerking voor de WSNP. Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is niet goed gemotiveerd. In het geval van het uitspreken van de WSNP komt de heer [naam 1] onder intensief, streng en onafhankelijk toezicht te staan van een professionele bewindvoerder en een rechter-commissaris. In het minnelijk traject wordt enkel toezicht gehouden door een schuldhulpverlener. Ook biedt de WSNP meer zekerheden en volgen er sancties wanneer verplichtingen niet worden nagekomen. Het dwangakkoord is in strijd met de redelijk en billijkheid en geeft een verkeerd beeld af aan de maatschappij. Instemming met de regeling zou er toe leiden dat wordt geaccepteerd dat brandstof zonder betaling en zonder toestemming onrechtmatig is toegeëigend.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van de heer [naam 1] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
De heer [naam 1] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat de heer [naam 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. De heer [naam 1] ontvangt een WIA-uitkering en is voor 80-100 % arbeidsongeschikt. De rechtbank acht het op basis van de bij het verzoekschrift gevoegde stukken alsook hetgeen ter zitting is besproken, aannemelijk dat de heer [naam 1] niet in staat is op korte termijn te gaan werken of in staat zal zijn om zijn afloscapaciteit te vergroten.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 97,31 % van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan die van verweersters.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over.
Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
Argumenten van verweersters
4.9.
Total, [bedrijf] en Esso Den Haag hebben nog aangevoerd dat de heer [naam 1]
niet te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun
vorderingen. Gelet op de wijze waarop deze schulden zijn ontstaan, kan de rechtbank de reden van weigering volgen. Echter zijn deze schulden reeds drie jaar oud of ouder en het is bovendien voor de beoordeling van het verzoek niet van belang of schulden te kwader trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. Het is verder aannemelijk dat de heer [naam 1] niet nogmaals de fout in zal gaan. Hij heeft geen auto meer en staat onder beschermingsbewind. Onder die omstandigheden weegt het belang van [naam 1] om een nieuwe, schuldenvrije, start te maken zwaarder dan het belang van de tankstations bij het kunnen handhaven van hun vorderingen omdat sprake is van brandstofdiefstal. Dit betoog treft dan ook geen doel.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.10.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [naam 1] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt ANWB, Total Tankstation, [bedrijf] en Esso Den Haag in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met D.D. Elsayed-Vorst, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.