Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 20 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden omdat hij vreest uitgezet te worden naar Azerbeidzjan, waar hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn lhbt-status. Hij verwees naar verschillen in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zwitserland en het AIDA-rapport 2024 dat restrictieve opvolgende aanvragen in Zwitserland vermeldt.
De rechtbank oordeelde dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Zwitserland structureel tekortschiet in het nakomen van internationale verplichtingen. De Zwitserse autoriteiten hebben het terugnameverzoek geaccepteerd en daarmee de behandeling van de aanvraag gegarandeerd.
De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie dat toetsing aan indirect refoulement niet aan de orde is indien het vertrouwensbeginsel geldt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.