ECLI:NL:RBDHA:2025:9050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 8 mei 2025, waarbij eiser niet is verschenen. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Zwitserland en dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Zwitserland verantwoordelijk is. De stellingen van eiser over het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en medische problemen zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Voorts is het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat overdracht aan Zwitserland onevenredige hardheid zou opleveren vanwege de maatschappelijke bijdrage van eiser, niet gegrond. De minister hoefde dit niet toe te passen omdat persoonlijke omstandigheden reeds zijn betrokken bij de beoordeling van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier El-Amrani.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.