ECLI:NL:RBDHA:2025:9062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelanders per 4 maart 2024 bevestigd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin het verzoek tot opschorting van de beëindiging van haar tijdelijke bescherming werd afgewezen. De tijdelijke bescherming was aanvankelijk vastgesteld tot 4 september 2023, maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat deze bescherming doorloopt tot 4 maart 2024.
De minister stelde dat het recht op tijdelijke bescherming van eiseres, als lid van de groep derdelanders met tijdelijk verblijf in Oekraïne vóór de oorlog, van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. De rechtbank toetst dit standpunt aan de uitspraken van de Afdeling van 23 april 2025, waarin werd bevestigd dat de minister de bescherming eerder mocht beëindigen dan voor Oekraïners, staatlozen en derdelanders met permanent verblijf.
De rechtbank concludeert dat de minister zich niet onrechtmatig heeft opgesteld door de tijdelijke bescherming te beëindigen en het verzoek tot opschorting af te wijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 wordt ongegrond verklaard.