ECLI:NL:RBDHA:2025:9091
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelanders per 4 maart 2024 bevestigd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin het verzoek tot opschorting van de beëindiging van haar tijdelijke bescherming werd afgewezen. De tijdelijke bescherming was aanvankelijk vastgesteld tot 4 september 2023, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 17 januari 2024 dat deze termijn niet rechtsgeldig was en verlengde het recht tot 4 maart 2024.
De minister stelde dat het recht op tijdelijke bescherming van eiseres, behorend tot de groep derdelanders die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, van rechtswege eindigde op 4 maart 2024. De rechtbank toetste dit standpunt aan de recente uitspraken van de Afdeling van 23 april 2025, waarin werd bevestigd dat de minister de bescherming van deze groep eerder mocht beëindigen dan die van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met permanent verblijf.
De rechtbank concludeerde dat de minister zich niet onrechtmatig had opgesteld door de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen en geen reden zag om de beëindiging op te schorten. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd beslist dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van opschorting van de beëindiging van haar tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.