Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 29 augustus 2024, waarin een beslistermijn werd gesteld. Omdat de minister deze termijn niet heeft nageleefd, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 250,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en het griffierecht van € 194,-.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit zal volgen. De rechtbank benadrukt dat de dwangsom en de termijn moeten leiden tot spoedige besluitvorming. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht om binnen de gestelde termijn te beslissen.