ECLI:NL:RBDHA:2025:9103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond vervolgberoep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 26 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel tot 21 maart 2025 reeds rechtmatig was beoordeeld en richt zich op de periode daarna. Eiser betoogt dat de verlenging van de bewaring op 15 april 2025 onrechtmatig is, omdat verweerder onvoldoende voortvarend handelt met het oog op zijn uitzetting. De rechtbank oordeelt dat een beroep tegen de verlenging mogelijk is, maar dat eiser dit niet heeft ingesteld, waardoor alleen het vervolgberoep wordt behandeld.
Uit de stukken blijkt dat eiser rechtmatig verblijf heeft vanwege een lopend beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De bewaring mag daarom voortduren tot uiterlijk 15 juli 2025. Verweerder handelt voldoende voortvarend, onder meer door het verzoek om vervroegde behandeling van de voorlopige voorziening en het plannen van een zitting op 23 juli 2025. De rechtbank ziet geen onrechtmatigheid in het voortduren van de bewaring en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.