ECLI:NL:RBDHA:2025:9107

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
NL25.14102 en NL25.14104 H
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak over hoogte proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke procedure bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg, hebben eisers beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank had op 8 mei 2025 uitspraak gedaan, maar constateerde een kennelijke misslag met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.

Naar aanleiding van een bericht van de gemachtigde van eisers op 20 mei 2025 heeft de rechtbank besloten de uitspraak te herstellen door de proceskostenvergoeding aan te passen. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €1.814 aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij de kosten zijn vastgesteld op twee punten van elk €907.

De beroepen van eisers worden als samenhangende zaken beschouwd, waardoor de vergoeding als één zaak wordt vastgesteld. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt de minister op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en veroordeelt de minister tot betaling van €1.814 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.14102 en NL25.14104 H

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer 1], eiser

[eiseres], V-nummer: [V-nummer 2], eiseres
hierna tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Overwegingen

Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eisers van 20 mei 2025 is gebleken dat de uitspraak van 8 mei 2025 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenvergoeding. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.

Beslissing

De rechtbank verbetert haar uitspraak van 8 mei 2025, zaaknummers NL25.14102 en NL25.14104, door in rechtsoverweging 10 op te nemen:
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de
door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het
indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per
punt van € 907 en een wegingsfactor 1). De beroepen van eisers worden gezien
als samenhangende zaken die op grond van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten
bestuursrecht als één zaak worden beschouwd voor vergoeding van beroepsmatig verleende
bijstand.
Het dictum in de uitspraak van 8 mei 2025 komt als gevolg van deze correctie als volgt te luiden:
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming
van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.814.
Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.