ECLI:NL:RBDHA:2025:9132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 7 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij op 20 maart 2023 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend in Duitsland. Nederland verzocht Duitsland op 3 februari 2025 om de terugname van eiser op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening, welk verzoek op 5 februari 2025 werd aanvaard.
De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag van eiser niet in behandeling op basis van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd was, mede vanwege het vermeende gebruik van AI en algoritmes (Case Matcher), wat volgens hem risico's op discriminatie met zich meebrengt en in strijd zou zijn met EU-verordening 2024/1689.
De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat AI of algoritmes zijn gebruikt voor het opstellen van het voornemen. Verweerder ontkende dit en verwees naar eerdere jurisprudentie waar hetzelfde werd vastgesteld. Het gebruik van standaardtekstblokken is toegestaan en het voornemen bevat voldoende motivering waarom Duitsland verantwoordelijk is. De beroepsgronden falen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Eiser mag aan Duitsland worden overgedragen en krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Harting en griffier F. Horst - van Dee op 21 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser mag aan Duitsland worden overgedragen.