ECLI:NL:RBDHA:2025:9189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 behandeld en beoordeelt of de minister terecht heeft gehandeld.
Eiser stelde dat zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan Nederland had moeten worden toegewezen vanwege gedwongen afname van vingerafdrukken in Duitsland, de aanwezigheid van zijn broer in Nederland en de vrees voor een onzorgvuldige behandeling in Duitsland. Hij verwees naar het AIDA-rapport en nieuwsberichten over het Duitse asielbeleid.
De rechtbank overweegt dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De aangevoerde omstandigheden, waaronder de bloedvete en de deal tussen Duitsland en Turkije, zijn niet voldoende om overdracht aan Duitsland onevenredig hard te maken.
De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.