Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse transgender persoon met hiv, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser stelde dat het voornemen ongeldig was door onbevoegde ondertekening en dat hij niet naar behoren zijn zienswijze kon indienen. Ook voerde hij aan dat zijn kwetsbaarheid en medische situatie een overdracht aan Oostenrijk onaanvaardbaar maken.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen een feitelijke mededeling is en geen besluit, waardoor de ondertekening niet tot schending van rechten leidt. Eiser had voldoende gelegenheid om te reageren. Medische stukken toonden onvoldoende aan dat overdracht zou leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang. Ook was niet aannemelijk dat Nederland het meest geschikte land is voor behandeling.
De rechtbank overwoog dat Oostenrijk als lid van het EVRM en het Handvest dezelfde rechten garandeert en dat eiser onvoldoende bijzondere kwetsbaarheid aannemelijk maakte. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.