ECLI:NL:RBDHA:2025:9231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden vanwege ernstige en structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvang in Oostenrijk.
De rechtbank oordeelt dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in recente uitspraken. Eiser heeft onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen aangevoerd die aantonen dat hij bij overdracht aan Oostenrijk een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest.
De enkele verwijzing naar algemene bronnen en het AIDA-rapport 2023 is onvoldoende om het vermoeden van correcte behandeling door Oostenrijk te weerleggen. Indien eiser in Oostenrijk tekortkomingen ondervindt, kan hij daartegen klagen bij de Oostenrijkse autoriteiten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister mag het besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.