ECLI:NL:RBDHA:2025:9236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft op 8 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister stelde dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, en dat Nederland het verzoek tot terugname aan Polen heeft gedaan en dit verzoek door Polen is aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege nieuwe Poolse wetgeving die het recht op asiel opschort voor asielzoekers die illegaal via Wit-Rusland binnenkomen, en vanwege de positie van LHBTI-asielzoekers in Polen. Ook stelde hij dat hij onmenselijk en vernederend is behandeld tijdens detentie in Polen, wat strijdig zou zijn met het EVRM en het Handvest.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt ten aanzien van Polen, omdat de nieuwe wet niet op Dublinclaimanten van toepassing is en er geen concrete aanwijzingen zijn dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van zijn rechten bij overdracht aan Polen. Ook de detentie en de positie van LHBTI-asielzoekers boden onvoldoende grond om het beroep toe te wijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de minister in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers en griffier S.N. Lekatompessij.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.