ECLI:NL:RBDHA:2025:9323
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vertrekplicht vreemdeling
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door de Minister van Asiel en Migratie opgelegde vertrekplicht, nadat zijn verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet door de minister was geweigerd. De minister handhaafde dit besluit bij bezwaar. Verzoeker stelde beroep in en vroeg tegelijkertijd een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 januari 2025 in aanwezigheid van verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk, de gemachtigde van de minister en begeleiders van verzoeker. Inmiddels had de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.26864), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd op 23 mei 2025 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vertrekplicht wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.