ECLI:NL:RBDHA:2025:9326
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
De rechtbank Den Haag heeft op 7 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit was genomen omdat Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat voor de asielprocedure had aangewezen op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Duitsland, onderbouwd met het AIDA-rapport 2023, nieuwsartikelen en eigen ervaringen, en dat hij risico loopt op discriminatie en onvoldoende rechtsbijstand. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland nog steeds geldt, mede gebaseerd op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is geen bewijs dat de situatie in Duitsland wezenlijk is verslechterd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de persoonlijke omstandigheden van eiser voldoende zijn meegewogen in het besluit en dat er geen aanwijzingen zijn dat Duitsland zijn asielaanvraag willekeurig zou afwijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.