Eisers, mede-eigenaren van een niet-openbare weg naast het perceel, maakten bezwaar tegen de door het college verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een reguliere woning en het aanleggen van een uitweg. Volgens het bestemmingsplan is een reguliere woning niet toegestaan op het perceel, dat een agrarische bestemming heeft met de aanduiding 'recreatiewoning'.
De rechtbank oordeelt dat eisers als belanghebbenden moeten worden aangemerkt vanwege hun eigendom van de aangrenzende weg en mogelijke feitelijke gevolgen, zoals een toename van verkeersbewegingen. De rechtbank beoordeelt vervolgens de vergunning aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
Het college heeft gemotiveerd dat het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is en voldoet aan de gebiedsvisie “Mient Kooltuin”, mede door de verplichting tot beplanting van 40% van het perceel, wat bijdraagt aan het coulisselandschap. Ook is de verkeersgeneratie op basis van CROW-publicaties voldoende onderbouwd en is de toename van verkeersbewegingen beperkt en niet onevenredig nadelig voor eisers.
De vrees van eisers voor ongewenste precedentwerking en effecten op Natura 2000-gebied zijn onvoldoende concreet onderbouwd en worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft en eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen.