De minister legde op 31 maart 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, die hiertegen beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde dat deze tot 18 april 2025 rechtmatig was.
Bij de beoordeling van het voortduren van de maatregel sinds die datum concludeert de rechtbank dat er voldoende zicht is op uitzetting naar Algerije. Dit wordt onderbouwd met recente cijfers over afgegeven laissez-passers en uitzettingen. De minister heeft meerdere malen bij de Algerijnse autoriteiten gerappelleerd en handelt voortvarend, onder meer door het voeren van een vertrekgesprek met eiser.
Het beroep van eiser dat zijn psychische gesteldheid een lichter middel rechtvaardigt, wordt afgewezen omdat dit niet met medische stukken is onderbouwd en er geen verslechtering is aangetoond. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.