ECLI:NL:RBDHA:2025:9481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden wegens ontbreken medische noodsituatie binnen indicatieve termijn
Eiser, afkomstig uit een buitenlandse plaats, vroeg uitstel van vertrek op medische gronden vanwege PTSS en een rughernia. De minister wees dit af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat geen medische noodsituatie binnen de indicatieve termijn van 3 tot 6 maanden voorzag.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvolledig was en dat er nieuwe medische informatie was, waaronder een brief van Centrum ’45 over zijn behandeling en medicatie, die een medische noodsituatie zou rechtvaardigen. Ook stelde hij dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies terecht alleen keek naar de indicatieve termijn van 3-6 maanden, conform jurisprudentie en beleid. De brief van Centrum ’45 vormde geen nieuw of concreet aanknopingspunt om aan het advies te twijfelen, omdat de psychische problematiek reeds was betrokken. De persoonlijke omstandigheden van eiser waren niet relevant voor de vraag of binnen de termijn een medische noodsituatie ontstaat.
Daarom blijft het besluit van de minister tot afwijzing van het uitstel van vertrek in stand en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek op medische gronden wordt ongegrond verklaard.