ECLI:NL:RBDHA:2025:9485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Jemenitische nationaliteit, diende op 20 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Denemarken verantwoordelijk werd geacht, waar eiser eerder in 2022 een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Tijdens de zitting op 28 maart 2025 was eiser niet aanwezig, wel de gemachtigde van verweerder. Verweerder informeerde de rechtbank dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken uit de opvang op 7 april 2025. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep omdat hij geen bescherming meer zoekt in Nederland. Op grond hiervan werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.V. van Baaren en griffier S. Feijtel op 19 mei 2025 te Rotterdam. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.