ECLI:NL:RBDHA:2025:9493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel Duitsland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 20 februari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister verklaarde deze aanvraag op 24 april 2025 niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij in Duitsland geen materiële toegang heeft tot rechten zoals werk en huisvesting.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat, dat inhoudt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagt er niet in met concrete en objectieve bewijsstukken aannemelijk te maken dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling of dat Duitsland zijn verplichtingen structureel niet nakomt.
De rechtbank stelt vast dat het ontbreken van een geldig verblijfsdocument niet betekent dat de bescherming is vervallen. Eiser heeft geen bewijs overgelegd dat Duitse autoriteiten zijn rechten niet effectueren of dat hij klachten heeft ingediend. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland en het vertrouwensbeginsel geldt.