ECLI:NL:RVS:2023:1414

Raad van State

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
202207465/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 1 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 AwbArt. 8 lid h Vw 2000Art. 73 lid 1 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening arbeidstoestemming gemeenschapsonderdaan tijdens hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 januari 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een document te verkrijgen dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoonde af. De vreemdeling maakte bezwaar, maar dit werd op 4 juli 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 2 december 2022 gegrond, vernietigde het besluit en beval de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij tijdens het hoger beroep arbeid mocht verrichten bij haar werkgever.

De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft en het besluit op bezwaar in Nederland mag afwachten. Zij kan bovendien verlenging vragen van de verblijfsaantekening met de arbeidsmarktaantekening die arbeid vrij toestaat zonder tewerkstellingsvergunning. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om arbeid te mogen verrichten tijdens het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

202207465/2/V2.
Datum uitspraak: 11 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [de vreemdeling] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 december 2022 in zaak nr. NL22.14694 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat haar hangende hoger beroep wordt toegestaan arbeid te verrichten bij haar werkgever.
2.       De rechtbank heeft de staatssecretaris bij uitspraak van 2 december 2022 opgedragen een nieuw besluit te nemen op het gemaakte bezwaar van de vreemdeling. Zoals ook in het besluit van 19 januari 2022 staat, mag de vreemdeling het besluit op haar bezwaar in Nederland afwachten (artikel 8, aanhef en onder h, in samenhang gelezen met artikel 73, eerste lid, van de Vw 2000). De vreemdeling heeft dan ook rechtmatig verblijf en kan bij de IND om verlenging vragen van de geldigheidsduur van de in haar paspoort geplaatste verblijfsaantekening met de arbeidsmarktaantekening 'arbeid vrij toegestaan, tewerkstellingsvergunning niet vereist'. Daarom treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2023
625