ECLI:NL:RBDHA:2025:9506
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Oostenrijkse verantwoordelijkheid
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij in Oostenrijk risico liep op schending van mensenrechten en indirect refoulement, en dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn vanwege familiebanden en het claimakkoord.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij sprake is van ernstige tekortkomingen, wat hier niet is aangetoond. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen.
Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk omdat dit is ingetrokken, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens motiveringsgebrek in het ingetrokken besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.