ECLI:NL:RBDHA:2025:9517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, van Oekraïense nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank behandelde het beroep op 13 mei 2025 en oordeelde dat de minister terecht het verzoek tot terugname door Frankrijk heeft geaccepteerd.
Eiseres stelde dat zij onder de Richtlijn tijdelijke bescherming viel en dat de minister haar had moeten doorverwijzen naar de gemeente voor een aanvraag op grond van die richtlijn. De rechtbank vond echter geen grond voor deze doorwijsplicht, mede omdat eiseres geen aanvraag op grond van de richtlijn had ingediend.
Verder voerde eiseres aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege systematische tekortkomingen in Frankrijk, maar de rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak dat het vermoeden van correcte naleving van internationale verplichtingen door Frankrijk niet was weerlegd.
Ten slotte stelde eiseres dat het gezin bijeen gehouden moest worden, maar kon zij het bestaan van een duurzame relatie met [naam] niet aannemelijk maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.