ECLI:NL:RBDHA:2025:9540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na te late beslissing verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 6 maart 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde. De minister reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5, waardoor een bedrag van € 453,50 werd toegekend. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 22 mei 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens te late beslissing op de verblijfsvergunningaanvraag.