Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling van de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 februari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting geoordeeld dat nu de rechtbank op 23 mei 2025 uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.9532), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels uitspraak is gedaan.