ECLI:NL:RBDHA:2025:9551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring opvolgende asielaanvraag Eritrea wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser heeft op 5 maart 2024 een opvolgende asielaanvraag ingediend nadat zijn eerdere aanvraag van 27 januari 2023 was afgewezen wegens onvoldoende bewijs van zijn nationaliteit en herkomst uit Eritrea.
De minister heeft de opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen heeft overgelegd die relevant zijn voor een andere beoordeling. Eiser betoogt dat hij wel nieuwe documenten heeft overgelegd, waaronder een verklaring van de Eritrese ambassade en een doopakte, maar de minister heeft deze niet als relevant erkend.
De rechtbank toetst het besluit aan het kader uit het arrest L.H. van het Hof van Justitie en concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs bieden om de eerdere afwijzing te herzien. De verklaring van de ambassade is niet inhoudelijk geverifieerd en de doopakte is een kopie zonder echtheidsbeoordeling.
Daarbij komt dat eiser onvoldoende kennis kon geven van zijn woonomgeving en de Eritrese samenleving, wat de geloofwaardigheid van zijn identiteit en nationaliteit ondermijnt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende aanvraag.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.