ECLI:NL:RVS:2019:1311
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende identiteitsbewijs
Appellant verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit af omdat appellant geen gelegaliseerde geboorteakte of tazkera kon overleggen, waardoor zijn identiteit niet kon worden vastgesteld. Appellant voerde aan dat hij door bijzondere omstandigheden, waaronder het overlijden van familieleden en de situatie in Afghanistan, niet in staat was deze documenten te verkrijgen en dat zijn Afghaanse paspoort en een verklaring van de Afghaanse ambassade voldoende zouden moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat het overgelegde paspoort en de verklaring niet voldoende waren en dat appellant niet had aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om een tazkera te verkrijgen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet via een derde in Afghanistan een tazkera kan aanvragen.
Ook het beroep op bewijsnood en bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb Pro faalt omdat appellant niet heeft aangetoond dat hij niet in staat is een tijdelijk reisdocument te verkrijgen of een derde te machtigen. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.