Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 28 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij onterecht op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw was opgehouden omdat zijn identiteit volgens hem wel vaststond. De rechtbank oordeelde echter dat eiser geen identificerende documenten bij zich had en de minister terecht op deze grondslag handelde.
Daarnaast voerde eiser aan dat de minister onvoldoende voortvarend was in het uitzettingsproces naar Turkije, met name door het vertraagd doorgeven van zijn identiteitsnummer aan de Turkse autoriteiten. De rechtbank erkende dat dit eerder had kunnen gebeuren, maar vond het geheel van de genomen stappen voldoende voortvarend.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de maatregel van bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en niet betwist werden. Ook ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter P. Lenstra op 22 mei 2025 in Utrecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.