ECLI:NL:RBDHA:2025:9583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, die telkens werden afgewezen of ingetrokken vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland onder de Dublinverordening. De huidige procedure betreft een asielaanvraag van januari 2025, die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank toetst of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. Eiser heeft geen concrete of objectieve aanwijzingen geleverd die structurele tekortkomingen in het Duitse asielstelsel aantonen die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Zijn persoonlijke verklaringen en stellingen zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast is het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel bevestigd: Nederland mag ervan uitgaan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Ook het beroep op onevenredige hardheid faalt, omdat de asielaanvraag in Duitsland al inhoudelijk is behandeld en de Dublinverordening beoogt dat de aanvraag niet in meerdere lidstaten wordt behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.A. Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.