ECLI:NL:RBDHA:2025:96
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een statushouder van Syrische nationaliteit, werd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege ernstige agressieve gedragingen, waaronder een gewelddadig incident met een brandwacht. Tevens legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op. Eiser stelde dat het incident anders was verlopen en betwistte de verslaglegging van het COa, waarbij hij zich beroept op verklaringen van derden die het verhaal van eiser ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd tot het plaatsingsbesluit was gekomen. De verklaringen van eiser en derden waren onvoldoende om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. Ook werd geoordeeld dat de plaatsing in de HTL geen vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro betreft en dat er geen sprake is van een schending van het ne bis idem-beginsel, omdat de maatregel een bestuursrechtelijke ordemaatregel is.
Daarnaast werd het betoog van eiser dat sprake zou zijn van discriminatoire behandeling verworpen. De rechtbank stelde dat het onderscheid gebaseerd is op objectieve gronden en dat de HTL-plaatsing een passende reactie is op het overtreden van huisregels binnen de opvanglocatie.
Het beroep tegen zowel het plaatsingsbesluit als de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.