ECLI:NL:RBDHA:2025:9621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde onroerende zaak te Rijswijk en overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Den Haag behandelde op 16 april 2025 het beroep van eiser tegen de door de gemeente Rijswijk vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak gelegen te Rijswijk, met waardepeildatum 1 januari 2022. Eiser betwistte de waarde en vorderde een lagere vaststelling, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank wees het verzoek om uitstel af vanwege onvoldoende gemotiveerde verhindering en beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde.
De vastgestelde waarde bedroeg € 1.846.000 voor het kalenderjaar 2023, bepaald via de huurwaardekapitalisatiemethode met een kapitalisatiefactor van 8,8 en een eigen huurcijfer van € 210.000 per jaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede gelet op de onvoldoende geconcretiseerde beroepsgronden van eiser.
Verder constateerde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met circa twee maanden was overschreden, maar wees een schadevergoeding af omdat het financiële belang van eiser niet aannemelijk boven € 1.000 lag. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt niet toegekend.