ECLI:NL:HR:2024:571
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsgrondslagen voor gecorrigeerde bedrijfswaarde golfcomplex
Belanghebbende, eigenaar van een golfcomplex, stelde dat de gecorrigeerde bedrijfswaarde ook de exploitatieresultaten van haar 100%-dochtervennootschappen moest omvatten, aangezien zij enig bestuurder en aandeelhouder is. De Heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €4.300.000, gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde zonder extra afschrijving voor functionele veroudering.
Het Hof oordeelde dat de bedrijfswaarde uitsluitend de economische waarde voor de eigenaar weerspiegelt en dat kasstromen van dochtervennootschappen niet mogen worden geconsolideerd bij de waardering. Belanghebbende maakte onvoldoende aannemelijk dat een lagere bedrijfswaarde gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de bewijslast bij de belanghebbende ligt om feiten aan te dragen die een lagere waardering rechtvaardigen. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de waardering moet worden gebaseerd op de kasstromen die direct aan de eigenaar toekomen, ongeacht het economische belang bij dochtervennootschappen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de waarde van €4.300.000 wordt bevestigd.