ECLI:NL:RBDHA:2025:9728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 13 september 2023 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid. De minister wees de aanvraag op 21 februari 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk homoseksueel is. Eiser had eerder al een terugkeerbesluit ontvangen en kreeg een inreisverbod van twee jaar.
De rechtbank behandelde het beroep en de voorlopige voorziening op 8 mei 2025. Eiser voerde aan dat de minister onterecht een te hoge bewijsmaatstaf hanteerde en onvoldoende rekening hield met zijn medische situatie en culturele achtergrond. De rechtbank oordeelde dat de minister wel degelijk met eisers referentiekader rekening had gehouden, onder meer door het stellen van eenvoudige vragen, het inlassen van pauzes en het uitgebreid doorvragen.
De rechtbank stelde vast dat het zwaartepunt van de beoordeling ligt bij het persoonlijke en authentieke verhaal van eiser over zijn eigen ervaringen. Hoewel eiser foto’s, verklaringen van derden en Whatsappberichten overgelegd had, waren zijn verklaringen over zijn relaties en gevoelens summier en algemeen. Dit was onvoldoende om zijn homoseksuele geaardheid aannemelijk te maken, zeker gezien het een opvolgende aanvraag betrof waarbij van eiser verwacht mocht worden dat hij meer inzicht gaf.
De rechtbank concludeerde dat de minister de juiste werkinstructies toepaste en de beoordeling niet onjuist was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer op 30 mei 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de homoseksuele geaardheid.