ECLI:NL:RBDHA:2025:980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen late aanvraag huur- en zorgtoeslag bevestigd
Eiser heeft bij de Dienst Toeslagen een aanvraag ingediend voor huur- en zorgtoeslag over de jaren 2018 en 2019, welke door verweerder zijn afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke aanvraagtermijn. Na behandeling van het bezwaar bleef verweerder bij zijn besluit. Eiser voerde aan dat vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder faillissement en dakloosheid, de aanvraagtermijn niet strikt toegepast mocht worden en verwees naar het evenredigheidsbeginsel en de toeslagenaffaire.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraagtermijn van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) dwingend is en geen afwijking toelaat. De persoonlijke omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen afwijking van deze wettelijke termijn, aangezien de wetgever bewust heeft gekozen voor een strikte termijn om rechtszekerheid en een helder kader te waarborgen.
De rechtbank concludeert dat de bestreden besluiten terecht zijn genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter Mollen op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de late aanvraag huur- en zorgtoeslag wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.