Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, diende op 11 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 24 september 2023 al een verzoek om internationale bescherming in Duitsland had ingediend. Duitsland had het verzoek tot terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat Duitsland het claimverzoek tweemaal had geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, onder c, van de Dublinverordening, waardoor er geen sprake zou zijn van een asielaanvraag. Hij vreesde refoulement na overdracht en wilde dat Nederland zijn aanvraag zou behandelen.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat er structurele tekortkomingen zijn in de Duitse asielprocedure of opvang. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard zouden maken.
Daarom was het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.