Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn gestelde partner in Nederland te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk, zoals vereist in artikel 3.14 van het Vreemdelingenbesluit.
Eiser voerde aan dat hij voldoende bewijs had geleverd van de relatie en dat zijn familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro gerespecteerd moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren: de relatieverklaring ontbrak, chatberichten waren niet vertaald, en foto’s toonden slechts beperkte contactmomenten. Bovendien wekte het feit dat eiser tussen juli 2022 en juni 2023 een huwelijk met een andere vrouw had, twijfel over de exclusiviteit van de relatie.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had afgezien van een hoorzitting, omdat eiser geen aanvullende bewijsstukken had aangeleverd in de bezwaarfase. Omdat geen duurzame en exclusieve relatie was aangetoond, was er geen sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en hoefde verweerder geen belangenafweging te maken.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.