Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 1 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door het bezit van een geldig Roemeens visum en de aanvaarding van een overnameverzoek door Roemenië.
Eiser voerde aan dat de opvang in Roemenië gebrekkig is en dat terugkeer tot verslechtering van zijn mentale en fysieke gezondheid zou leiden, onderbouwd met een AIDA-rapport en medische klachten betreffende zijn lever. Hij beriep zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege onevenredige hardheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Roemenië wezenlijk anders is dan in eerdere uitspraken. Ook zijn medische omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering omdat geen concrete aanwijzingen zijn dat hij in Roemenië geen adequate medische zorg kan ontvangen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.