ECLI:NL:RBDHA:2025:9827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen asielaanvragen; verlenging beslistermijn door WBV 2023/3 niet geldig
Eisers dienden op 16 augustus 2023 asielaanvragen in, waarop de minister in beginsel binnen zes maanden moet beslissen. De minister verlengde de beslistermijn met negen maanden via WBV 2023/3, maar de rechtbank oordeelt dat deze verlenging niet rechtsgeldig is, gelet op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 mei 2025. Dit arrest stelt dat verlenging alleen mogelijk is bij een plotselinge, aanzienlijke toename van asielaanvragen, wat hier niet het geval was.
De beslistermijn is daardoor verstreken op 16 februari 2024. Eisers stelden de minister op 9 mei 2024 in gebreke en dienden op 13 augustus 2024 beroep in wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart deze beroepen gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na uitspraak alsnog besluiten te nemen en bekend te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn en veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers ad €453,50. Omdat de asielaanvragen inhoudelijk samenhangen, wordt slechts één dwangsom opgelegd voor beide zaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van besluiten en draagt de minister op binnen acht weken alsnog besluiten te nemen.