Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
A. Ibrahimovic, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 22 mei 2023 een asielaanvraag in. De minister verlengde de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden op grond van WBV 2022/22 en WBV 2023/3. Eiser stelde de minister op 27 november 2023 in gebreke wegens niet tijdig beslissen en diende op 15 december 2023 beroep in. De rechtbank oordeelt dat eiser niet onder de werking van WBV 2022/22 valt, maar wel onder WBV 2023/3, die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 geldt. De verlenging van de beslistermijn tot 22 augustus 2024 was daarmee rechtsgeldig.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen over de Procedurerichtlijn. Omdat eiser de ingebrekestelling indiende voordat de verlengde beslistermijn was verstreken, was deze prematuur. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, Awb en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D.J.M. van de Voort en griffier A. Ibrahimovic, en is uitgesproken op 15 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling terwijl de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.