ECLI:NL:RBDHA:2025:9833

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
NL25.11637
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had het asielverzoek van de verzoeker op 6 maart 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg gelijktijdig om een voorlopige voorziening.

Op 27 mei 2025 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn partner, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Het onderzoek werd ter zitting gesloten. Op 4 juni 2025 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.11636), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11637

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Procesverloop

1. Bij besluit van 6 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep [1] , op 27 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de partner van verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, T. Kibuuka als tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.11636, heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de beroepzaak. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.11636