ECLI:NL:RBDHA:2025:9835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach – de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat een lidstaat een asielaanvraag niet in behandeling neemt indien een andere lidstaat verantwoordelijk is. Nederland had Frankrijk gevraagd de aanvraag over te nemen, maar Frankrijk reageerde niet tijdig, waardoor de verantwoordelijkheid bij Frankrijk kwam te liggen.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk niet langer geldt vanwege tekortkomingen in de opvangvoorzieningen, zoals blijkt uit het AIDA-rapport en zijn eigen ervaringen met opvang en taalbarrières. Hij stelde dat overdracht naar Frankrijk zou leiden tot ernstige materiële deprivatie en schending van het EU-Handvest.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel van toepassing blijft. De problemen in de Franse opvang zijn niet van dien aard dat zij de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Eiser had bovendien geen asielaanvraag in Frankrijk ingediend en had daardoor geen recht op opvang. Zijn persoonlijke ervaringen en de situatie in Nederland rechtvaardigen geen afwijking van het vertrouwensbeginsel. De minister had voldoende gemotiveerd dat Frankrijk aan zijn internationale verplichtingen voldoet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat eiser aan Frankrijk kan worden overgedragen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.