ECLI:NL:RBDHA:2025:9885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onbekende verblijfplaats asielzoeker
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 22 augustus 2023 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie stelde deze aanvraag op 24 januari 2025 buiten behandeling omdat eiser met onbekende bestemming zou zijn vertrokken en zich niet binnen de gestelde termijn had gemeld.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij rechtens te respecteren belangen heeft om zijn asielverzoek inhoudelijk te laten beoordelen. Hij voerde aan dat het besluit prematuur was en dat hij rechtmatig verblijf in Griekenland had, maar hieraan geen rechten kon ontlenen.
De rechtbank onderzocht het procesbelang en stelde vast dat eiser en zijn gemachtigde geen voldoende contact onderhielden en dat niet was gebleken dat eiser nog in Nederland verbleef. Hierdoor was niet aannemelijk dat eiser nog prijs stelde op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan op 30 mei 2025 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door onbekende verblijfplaats van eiser.