Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 19 augustus 2023. De rechtbank heeft eerder op 19 juli 2024 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen. Omdat verweerder opnieuw niet tijdig heeft beslist, is op 28 december 2024 een nieuw beroep ingesteld.
De rechtbank constateert dat verweerder wederom niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en stelt een nieuwe termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vast. Tevens legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €200 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €453,50. De rechtbank wijst op het wettelijke kader omtrent het beroep tegen niet tijdig beslissen, de voorwaarden voor ingebrekestelling en de toepassing van de rechterlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.