Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] , eiser 1,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, dienden op 5 januari 2025 asielaanvragen in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Finland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, hetgeen bevestigd werd door een overnameverzoek dat Finland op 26 februari 2025 accepteerde.
Eisers voerden aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, met name ten aanzien van de medische situatie van eiser 1 (psychische problemen en suïcidaliteit) en eiser 2 (ernstige psoriasis), en dat de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende waren meegewogen. Tevens werd gesteld dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) in te winnen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in de standaardvoornemens voldoende de dragende overwegingen had opgenomen en dat de medische situatie, hoewel zorgwekkend, niet objectief aantoonde dat overdracht aan Finland zou leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheid. Het ontbreken van een BMA-advies was niet onzorgvuldig omdat de medische gegevens dit niet vereisten. Ook waren de belangen van de minderjarige kinderen voldoende betrokken.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij dat Finland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inbehandelingname van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.