Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, diende op 27 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eerder was een soortgelijk besluit ook genomen en bevestigd door de rechtbank en Raad van State, waarna eiser naar Frankrijk werd overgedragen.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege systematische tekortkomingen in het Franse asielsysteem, gebrek aan opvang en medische zorg, en risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Tevens stelde hij dat Nederland het meest geschikte land is voor zijn medische behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een onrechtmatige behandeling in Frankrijk. Het terugnameverzoek door Frankrijk is aanvaard, waardoor de asielaanvraag daar in behandeling wordt genomen.
Verder heeft eiser geen objectieve medische gegevens overgelegd die aantonen dat overdracht aan Frankrijk onevenredige hardheid oplevert. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.