ECLI:NL:RBDHA:2025:9982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vrijheidsbeperkende maatregel en weigering toegang Nederland
Eiser werd op 1 mei 2025 de toegang tot Nederland geweigerd en opgelegd een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat het beroep tegen de toegangsweigering administratief bij verweerder moet worden ingesteld en dat het huidige beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet ziet op de toegangsweigering. Daarom wordt het beroepschrift doorgezonden voor behandeling van het administratief beroep tegen de toegangsweigering.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsbeperkende maatregel niet langer duurde dan noodzakelijk en dat het verblijf van eiser in de luchthavenlounge voor één nacht niet kwalificeert als vrijheidsontneming. Er is geen onrechtmatigheid vastgesteld, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.