ECLI:NL:RVS:2023:3506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming van zwangere vreemdeling in internationale lounge Schiphol
De zaak betreft een zwangere Haïtiaanse vreemdeling die op 27 januari 2023 op Schiphol arriveerde en een asielaanvraag indiende. Na een medische beoordeling werd haar een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, maar vanwege onvoldoende medische voorzieningen in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) werd zij gedwongen de nacht door te brengen in de internationale lounge van de luchthaven. De staatssecretaris gebruikte daarvoor artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 als grondslag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste maatregel niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de tweede maatregel af. De vreemdeling ging in hoger beroep en stelde dat het verblijf in de lounge onredelijk lang was en feitelijk vrijheidsontneming betrof zonder rechtsgeldige titel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte alleen naar de duur van het verblijf keek en niet naar de omstandigheden die het verblijf onredelijk lang maakten. Omdat de staatssecretaris artikel 4.6 Vb 2000 niet als rechtsgeldige titel voor vrijheidsontneming mag gebruiken en de maatregel feitelijk was ingetrokken, was het verblijf onrechtmatig. Dit maakte ook de daaropvolgende vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis voor zover het de tweede maatregel betrof, kende een schadevergoeding toe van €1.300 over de periode 27 januari tot en met 8 februari 2023 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vrijheidsontneming in de internationale lounge was onrechtmatig en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.