ECLI:NL:RBDHA:2025:9990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Roemenië
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 31 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag op 20 januari 2025 niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Roemenië. Eiser stelde bezwaar tegen deze beslissing en voerde aan dat de aanwezigheid van zijn broer in Nederland een reden was om de aanvraag toch ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser internationale bescherming geniet in Roemenië voldoet aan de voorwaarden voor niet-ontvankelijkheid volgens artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. De aanwezigheid van de broer in Nederland vormt geen belemmering voor de niet-ontvankelijkverklaring, mede gelet op het arrest XXX tegen België van het Europese Hof. Er is geen sprake van een situatie die strijdig is met artikel 4 van Pro het EU-Handvest.
De rechtbank stelde verder vast dat eiser een voldoende band met Roemenië heeft, zodat van hem redelijkerwijs kan worden verwacht daarheen terug te keren. De minister heeft adequaat gemotiveerd waarom de aanwezigheid van de broer geen aanleiding geeft om anders te besluiten. De brief van de voogd van de broer, ingediend in de beroepsprocedure, kon niet worden meegewogen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Roemenië.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiser moet terugkeren naar Roemenië.