Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10003

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
NL26.18349
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoekers

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië daarvoor verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank heeft eerst beoordeeld of er sprake is van procesbelang. Verweerder heeft meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en de gemachtigde van eisers heeft bevestigd geen contact meer te hebben met eisers. Hierdoor is volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen procesbelang meer aanwezig.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door rechter W.H. Bel en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.18349

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] , en

[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer 2]
mede namens hun minderjarige kind
[kind]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 31 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eisers niet in behandeling genomen omdat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. Voordat een beroep inhoudelijk kan worden behandeld, moet de bestuursrechter uit zichzelf beoordelen of er sprake is van procesbelang.
2. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. De gemachtigde van eisers heeft daarop desgevraagd meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eisers.
3. In deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat eisers geen prijs meer stellen op de aanvankelijk door hen gezochte bescherming in Nederland. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met name de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662. Er is daarmee geen procesbelang meer aanwezig. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.